Een bijzonder orgel in de Dionysiuskerk in Rijssen

RIJSSEN - In de RK Dionysiuskerk aan de Rozengaarde staat een bijzonder orgel.

Dit orgel werd in 2010 grondig gerestaureerd door de firma Pels en Van Leeuwen, een gefuseerde orgelmakerij. Bernard Pels bouwde het in 1929, vooral op initiatief van de legendarische ‘bouw’pastoor Peters. Net als in veel andere kerken moest het orgelfront zoveel mogelijk het kleurrijke lichtvenster in de voorgevel zichtbaar houden. Het (open) pijpenfront werd naar links en naar rechts geschoven, in het midden kreeg het licht door de gekleurde glazen alle ruimte.

Revolutionair
Pels deed mee aan een revolutionaire ontwikkeling in de orgelbouw: eerst was alles mechanisch, louter een kwestie van toetsen indrukken die dan domino-gewijs allerlei latjes lieten tuimelen, tot er uiteindelijk een klep onder een orgelpijp openging. Het lijkt simpel maar als je over een klavier met 56 toetsen ‘huppelt’, gebeurt er heel veel tegelijk in de ruimte met honderden pijpen, latjes, trekkoorden en niet te vergeten de winddruk, vanaf de windbalg via de windladen tot aan de pijp. Graag lekvrij, dat systeem werd de eeuwen door verder ontwikkeld en gehandhaafd tot aan het tijdperk dat ‘het elektrieke wonder’ de wereld veranderde. Ook de orgelbouw.

Nu was de term ‘elektro-pneumatisch’ de leus, een toets indrukken alsof het een belknopje is, de mechanische ‘latjes’ werden vervangen door vuistdikke bundels stroomdraden. Onder de pijpen werd met kegeltjes en dunne metalen buisjes de wind naar de ventielen onder de pijpen gejaagd. Er zijn 23 registers, je hoeft geen knoppen links of rechts of boven de lessenaar al orgelspelend open te trekken, een rij tuimelschakelaars vlak boven de toetsen regelt elektromagnetisch welke pijpsoorten moeten klinken, fluiten of blazers, mixturen of alles tezamen.

Speelhulpen
Ook zijn er veel ‘speelhulpen’, je kunt de registercombinaties ‘programmeren’ de klavieren aan elkaar koppelen al of niet met het pedaal. Twee voettreden zorgen ervoor dat het geluid traploos verloopt van heel zacht naar heel hard, of ineens; crescendo, alles aangestuurd door stroom en luchtdruk. We vallen elkaar even niet lastig met termen als conducten, elektro-magneetjes, membranen en wat dies meer zij. Het betekent wel dat er naast voordelen ook nadelen zijn. Storingsgevoeligheid, en de toetsen zijn ongevoelig voor de manier waarop je ze indrukt. Er werd bezuinigd: in plaats van lood en tin werden veel pijpen van zink gemaakt. Rooms-katholieke orgels worden vooral gebruikt om koren te begeleiden. Niet toon-aangevend voor massale samenzang, maar eerder samenvallend met de koorzang. Geen scherpe vulstemmen, liever zachte ‘strijkende’ acht voets- registers, donkerbruine pedaaltonen. In de jaren zestig verhuisden veel van dit soort orgels naar de schroothoop. Orgels werden weer mechanisch, en liever messcherp dan fluwelig romantisch. Dit orgel van Pels raakte ook in de versukkeling. Gelukkig kwam in de orgelwereld het besef dat niet alles uit het elektro-pneumatische tijdperk rim-ram was, dit opus van Bernard Pels moest bewaard blijven, hersteld in de oude glorie, en de techniek was inmiddels van betere kwaliteit.

Gerrit Kraa

Meer berichten
 
Auto zoeker