Spoorzoeken naar geheim van de Rijssense bossen

RIJSSEN - De bossen dragen een eeuwenoud verhaal. De Rijssense bossen zijn een geliefde plek voor wandelaars, fietsers en mountainbikers. Wandelaars en fietsers genieten van de bosvijvers in het Groene Kruis en de bikers van het bochtige en geaccidenteerde terrein op de Ravijntjes. Een smalspoor slingert zich langs het Witte veldje. Maar deze vijvers, diepe kuilen en het smalspoor vertellen een verhaal. Een eeuwenoud verhaal. Stadsgids en archivaris Joop Voortman uit Rijssen zocht het uit.

‘Hoge bank’ op Ravijntjes aan de Brekeldlaan

“Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw waren de steenfabrieken, het ‘tichelwoark’, onlosmakelijk verbonden met de historie van Rijssen. Het was een deel van Rijssen. Vanaf de middeleeuwen werd op de Brekeld, in het Brekeldveld en in het Hollands Schwarzwald vette blauwe klei gewonnen. Van de klei werden bakstenen, straatstenen en dakpannen gebakken. De Rijssense steen stond in de regio bekend vanwege haar kwaliteit. Maar ook vanwege een bijzondere eigenschap: soms konden stenen zomaar blijven drijven op het water!”

De grote vijver in de Groene Kruisbossen

Voortman vervolgt: “Aan het begin van de 19e eeuw was het huidige bosgebied heidegebied. Woeste grond waar de klei dicht onder het maaiveld te vinden was. Midden 19e eeuw waren er op deze gronden zo’n vijftig kleine tichelwerken actief. Direct naast de leemgroeven stonden kleine veldovens. Het bakproces kende een grote precisie en was zwaar werk. De uitgegraven klei werd eerst een winter ‘in de rot’ gezet. De plantaardige resten in de klei moesten verteren. Dan werd de klei gemengd met zand tot de juiste verhouding en vervolgens met de hand geperst in een houten raamwerk, een steenvorm. Dan volgde het belangrijke proces van het weken lang drogen van de natte stenen op een tasveld of later in een ‘haagloods’. Wanneer de stenen ‘winddroog’ waren kon het bakproces beginnen in de veldoven. Een veldoven bestond uit drie vast muren waarbinnen de gedoogde stenen volgens een structuur gestapeld werden. Dan werd een vierde muur gemetseld en de bovenkant gedicht met gebakken stenen en aangestreken met klei. In de vaste muren zaten luikjes waardoor turf in de oven geworpen werd en aangestoken. Het bakken was zo’n drie weken stoken en zo’n drie weken afkoelen. Stress kenden de steenbakkers niet. Het was al met al een productieproces waar je een lange adem voor nodig had. En steenbakken was zomerwerk. Veel steenbakkers hielden naast hun bedrijfje een kleine boerderij.”


De Topografische Militaire kaart 1850

Op de oude topografische militaire kaart van 1850 (bron WMS service Provincie Overijssel) spreken de namen voor zich: Tiggelveld, Elsener Leemveld en steenovens. Begin twinitigste eeuw waren de groeven rond Rijssen uitgeput en verplaatste de leemwinning naar de Hocht in Markelo. Daar waren grote hoeveelheden kleileem te vinden. Wanneer je over de Hochtweg fietst, zijn de sporen van de leemwinning links en rechts in het terrein duidelijk herkenbaar. Diep gelegen weilanden. De keileem werd vanaf 1907 tot 1965 met smalspoor naar de inmiddels vier grote steenfabrieken getransporteerd.

Spoorzoeken en passie

De littekens in het veld zijn gebleven. De vele brede, smalle, diepe en ondiepe leemkuilen, met de ‘batse’ uitgegraven. Van de tichelhistorie in de Rijssense bossen is nauwelijks documentatie. Heel anders de leemwinning in de Hocht en de steenproductie van de 20e eeuw. Van deze periode zijn veel documentatie, foto’s en filmbeelden beschikbaar. “Als nazaat uit een steenbakkersfamilie, Klitsenkoops (= Ten Hove) en Koops van Jaejsdina (= Voortman), is het mij een passie geworden die tichelhistorie in de Rijssense bossen en Elsen figuurlijk ‘uit te diepen’ en aan te vullen. Het in kaart brengen van de leemkuilen en ze proberen te dateren. Maar ook waar hebben de veldovens en pannenbakkerijen gestaan? Wat betekenen de zuiver ronde trechtergaten in het Groene Kruis en Brekeldveld?”, aldus Voortman.


Documentatie

Voortman legt uit dat hij met een stappenplan te werk gaat namelijk: Stap 1: Eerst op zoek naar zoveel mogelijk documentatie van wat ook maar iets van die tijd beschrijft. Oude kranten, Markeboek Elsen, historische beschrijvingen en oude wandelverslagen. Kadastrale kaarten uit 1825, 1880 en 1888, Topografische kaarten van de periode 1850 - 1985, Hottingerkaart 1787, bodemkaart, geomorfologischekaart en de hoogtekaart (AHN). Stap 2: Het inpassen van de (oude) kaarten op de huidige topografie. “Een lastige klus want in kaarten uit 1787 en 1825 zijn moeilijk aansluitpunten te vinden met nu.” Stap 3: Het digitaliseren van alle leemgroeven, (relevante) wegen en andere objecten uit deze (oude) kaarten en deze zo mogelijk te voorzien van een datering/inschatting. Stap 4: De verzamelde beschrijvingen uit stap 1 op de ‘kaart te prikken’. Stap 5: Met alle informatie in één beeld de uitdaging verbanden te zoeken. “Die verbanden zijn te vinden door goed te letten op ligging, onderlinge verhoudingen en datering. Het is mij al duidelijk geworden dat de Ravijntjes in twee fasen zijn uitgegraven. Maar wanneer? Het onderzoek vraagt een lange adem. Dat was de steenbakkers niet onbekend.”

Meer berichten
 
Auto zoeker