Foto: Picasa

Orgels in Rijssen (23) Opwekkingsbundels anno 1900

RIJSSEN - De gevestigde kerken waren ietwat vervreemd van het grote publiek. Pioniers sloegen andere wegen in: de kansel werd ingeruild voor een zeepkist, het kerkgebouw vaak vervangen door een (witte) tent. Hét bekendste voorbeeld is William Booth, stichter van het Leger des Heils, begonnen in een arme wijk van Oost-Londen. Booth besefte dat geestelijk voedsel de harten niet bereikt als er sprake is van honger of bittere armoede.

In 1904 was er een Wereldcongres van het Leger des Heils in Engeland: ‘Om elf uur ‘s morgens hield William Booth in de Händel Muziekzaal onder onbeschrijflijk enthousiasme zijn welkomstrede voor 56259 aanhangers. Vierduizend muzikanten in 94 corpsen speelden samen de ‘Hallelujah-hymne’.

De evangelist Johannes de Heer bezocht een opwekkingsbijeenkomst in Wales en kreeg daar in een visioen de opdracht om ‘geestelijke spijze vanuit Engeland in te voeren en in Holland uit te delen’. Dat leverde een bundel op met (zeer) toegankelijke melodieën en teksten. De bundel bevat inmiddels pakweg 1000 nummers, kreeg ‘n indrukwekkend aantallen herdrukken, met een ‘Top vijf’: ‘Veilig in Jezus’ armen’, ‘Godsstad met uw paarlen poorten’, ‘Welk een Vriend is onze Jezus’, ‘Ik wil zingen’ en ‘Tel je zegeningen’. Beroepsmusici en literaire tekstdichters vonden de liederen wat al te populair maar ‘Nederland Zingt’ laat ze nog steeds horen.

Waar de bundel van De Heer wat ‘volkser’ aandoet is deze bundel minder toegankelijk. Van Woensel Kooy bouwde naast haar woning in Bussum een forse kapel voor jongeren. In Bussum staat nog een ‘chique’ kerk met prachtige kerkramen in Art Deco stijl. Zij was de ‘ethische richting’ toegedaan, duidelijk iets minder ‘volks’. En iets minder ‘rechts’. De bundel kreeg ook pittiger akkoorden, zettingen met drie, vier kruisen of mollen vereisten meer kennis en kunde van de organisten. Van Woensel-Kooy verzamelde Oud-Nederlandse melodieën, zowaar ook een lied van J. Worp, veel Duitse liederen, en Bach, Mendelssohn Bartholdy, Schubert, etc. Van Woensel Kooy vertaalde zelf ‘Es ist ein Reis entsprungen’ tot ‘Een roze frisch ontloken’. Veel gezangen uit deze bundel kwamen terecht in de latere Hervormde bundel van 1938. De zilvervloot-dichter Jan Pieter Heije leverde deze merkwaardige liedtekst: Zoo hoor ik alle dagen/van flauwerds en van tragen/maar ik, maar ik, ik haat dat laffe lied:/En zoo mij God de kracht wil gunnen/Dan zeg ik wat er ook geschied’:/’t Moet kunnen, ‘t moet kunnen, (…)’.
Tja...

Gerrit Kraa

Meer berichten
 
Auto zoeker