Foto: Erfgoed Rijssen-Holten

Orgels in Rijssen (17): De orgels van Walkerk en Noorderkerk (1)

RIJSSEN - Ach, laten we de droge feiten overslaan. Geen jaartallen, of wanneer de kerk gebouwd werd, de uitbreidingen, de afbraak van het zadeldak van de toren en de gloednieuwe restauratieplannen, waarvoor hulde! En men kan terecht bij het boek van Riemens en het jubileumboek “Elk verhaalt zijn weg…1836-2011”.

Voor mij is de Walkerk vooral de plek waar ik als jongetje naar toe ging. Een bomvolle kerk, de hedendaagse brandweer zou subiet met een verbod komen: stampvolle banken, gangetjes daartussen met klapstoeltjes, 1500 mensen in een ruimte voor 1000. Als het rode lampje begon te branden, mochten de lege plaatsen bezet worden. Daarna kwam de kerkenraad binnen: Abraham Knol ging als eerste de diakenbank in, want hij moest via een geheimzinnig deurtje naar boven, om de orgelkoster, Averesch, het psalmbriefje te geven. Niet bepaald vroeg, maar geen probleem als je de 150 psalmkoralen met voor- en naspel van Worp beheerste. Drie maal per zondag liep Averesch vanaf de Enterweg naar de Walstraat om de diensten te begeleiden. Later mocht de leraar Vermaas de middagdiensten spelen. Averesch was ook dirigent van een meisjeskoor, bij de uitvoeringen was er in de pauze chocolademelk. “Kopje meebrengen”, stond er op het programmastencil.

Het orgel was van M.K. Koppejan, van 1938, een assemblage van losse onderdelen met pijpwerk uit ‘n Duitse fabriek. Elektro-pneumatisch, 26 stemmen. De consistorie was nog vol blauwe damp van sigaren, de gedoofde peuken werden door opgeschoten jongvolk, dat via een luidsprekerkastje de dienst kon beluisteren, opgerookt. En Jan Schotens Mans moest proberen de meute daar te sensibileren, met de latere koster Jan Heendrik van de Kruut en Hoalterwilm, die in de volgepropte hal van de galerijen toezicht hield. Van de preek kreeg je niet zoveel mee, dat was iets voor grote mensen. Ik herinner me dominee Lamain. Als hij de preekstoel beklommen had, mochten de kinderen op de traptreden zitten. En zelfs in de kanselruimte, volgens onze onderduiker was ik gaan zitten op de pastorale stoel, terwijl er gepreekt werd. Na de oorlog kwam ds. Honkoop, met een heel andere preekstijl. Hij noemde zichzelf een lompe, plompe Galileeër. Hij heeft met de kerkenraad het gewaagde plan bedacht om een nieuwe kerk te bouwen, groot genoeg ook om de groei op te vangen. Was het financieel haalbaar? Het werd de Noorderkerk. Als het op de ulo tijd was voor een puntkoek bij Kösterfreark, gingen we naar de Molenstal, om in de gigantische bouwput enorme funderingen te zien verrijzen.

Het Koppejan-orgel verhuisde vanuit de Walkerk naar een diepe nis boven de kansel, met een breed waaierfront, tussen de twee panelen met de Tien Geboden en de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Met zo’n sierlijke, zwierige zwengel eronder om de ruimte op te vullen.

Gerrit Kraa

Meer berichten
 
Auto zoeker