Foto: Rita Voortman-Broos

Column: Wilde bloemen

Het was een zomerse zondagmiddag, halverwege de jaren zeventig. Achter elkaar liepen mijn vader en ik op een smal paadje tussen het koren. Het goudgele graan kwam tot ver over mijn knieën, met mijn vingers aaide ik voorzichtig de zware halmen. Plotseling, tussen al dat goud, zag ik een prachtige rode bloem. ‘Papa’ riep ik uit, ‘Die is mooi!’ Ik hoor zijn antwoord nog; ‘Niet aankomen meis, dat is een klaproos. Als je ze plukt, dan gaan ze dood. Klaprozen horen niet op een vaas.’ 

Ik bleef nog lang kijken naar die ene prachtig rode bloem tussen het koren, voordat ik, achterom kijkend, mijn vader volgde op het smalle pad. Toen we een uurtje later via dezelfde weg terug liepen, huppelde ik enthousiast voor mijn vader uit, op zoek naar de rode klaproos. Ik zag hem nergens, zocht vragend de ogen van mijn vader, maar nog voordat mijn blik de zijne ving, zag ik de klaproos. Gevangen in de handen van een meisje, die er enthousiast mee heen en weer zwaaide. Gelukkig hoef ik al lang niet meer te huilen wanneer ik iemand een klaproos zie plukken. Wel kan ik nog steeds intens genieten van wilde bloemen. De laatste paar jaar zie ik steeds meer weilanden vol wilde bloemen, berm bloemen langs asfalt en zandweggetjes. Van bloemen op een vaas gaat mijn hart niet sneller kloppen, maar als ik een rotonde met korenbloemen, klaprozen en margrietjes zie, dan rijd ik zeker een extra rondje over diezelfde rotonde!

Die prachtige bloemenvelden zijn niet alleen schilderachtig mooi, ze zijn ook nog eens heel goed voor bijen, vlinders en andere insecten. Het heeft iets van vroeger, een mooi soort nostalgie, zoemende bijen en dansende vlinders boven wilde bloemen die zich niet op kleur in perkjes laten rangschikken.

www.ritavoortmanphotography.com
https://www.facebook.com/ritavoortmanphotography/
https://www.instagram.com/ritavoortmanphotography/

Meer berichten
 
Auto zoeker